Uitspraak Raad van State

Uitspraak 201705381/1/R2

Datum van uitspraak: woensdag 25 juli 2018
Tegen: de raad van de gemeente Nieuwegein
Proceduresoort: Eerste aanleg – enkelvoudig
Rechtsgebied: RO – Utrecht
ECLI:

ECLI:NL:RVS:2018:2494

201705381/1/R2.
Datum uitspraak: 25 juli 2018

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],
en anderen,

en

de raad van de gemeente Nieuwegein,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 mei 2017 heeft de raad opnieuw beslist op het bezwaar van [appellant] en anderen tegen het besluit van 30 april 2015, waarbij hun aanvraag om een bestemmingsplan vast te stellen voor hun percelen aan de Lekboulevard en de Handelskade te Nieuwegein is afgewezen.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 juni 2018, waar [appellant] en anderen, in de persoon van [appellant], bijgestaan door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door drs. M. Broersma en mr. H. Doornhof, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    [appellant] en anderen willen achttien woningen bouwen op hun percelen aan de Lekboulevard en de Handelskade in Nieuwegein. Dat bouwvoornemen past niet in het geldende bestemmingsplan “(Hoog) zandveld-Lekboulevard”, omdat de betrokken gronden in dat plan een bestemming “Groenvoorzieningen” hebben. Daarom hebben [appellant] en anderen de raad gevraagd het bestemmingsplan voor de betrokken percelen zo te wijzigen dat daar woningen zouden kunnen worden gebouwd. Op 30 april 2015 heeft de raad besloten niet mee te werken aan de gevraagde bestemmingswijziging. Die weigering is in bezwaar gehandhaafd. De Afdeling heeft vervolgens bij uitspraak van 15 februari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:418) dit besluit op bezwaar vernietigd. Daarbij heeft de Afdeling, kort gezegd, overwogen dat uit de structuurvisie “Nieuwegein Verbindt 2030” (hierna: structuurvisie), die de raad aan zijn weigering ten grondslag had gelegd, wel kon worden afgeleid dat de percelen waar het hier om gaat zijn aangeduid als “gebied met cultuurhistorische waarde” en als “structuurlijnen, historische routes, ontginningslinten”, maar dat uit de afbeeldingen niet eenduidig kon worden afgeleid dat deze niet waren aangeduid als “ontwikkelingsonderzoeksgebied gemengd” voor de bebouwde ruimte en ook niet of ze wel of niet behoorden tot de ontwikkelzone Lek en uiterwaarden. Daarom kwam de Afdeling in die uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing onvoldoende draagkrachtig was gemotiveerd.

Bij het nu bestreden besluit van 18 mei 2017 heeft de raad de weigering in bezwaar wederom gehandhaafd. Hieraan heeft de raad de motivering ten grondslag gelegd dat hij doorslaggevend belang hecht aan instandlating, conform het geldende bestemmingsplan, van het aanwezige groen en van het open karakter van het gebied. Verder is de raad van mening dat de bouw van de woningen afbreuk zou doen aan de cultuurhistorische waarde van de omgeving, welke waarde in het bijzonder tot uitdrukking komt in het uitzicht op de Koninginnensluis met entourage. Ten slotte vindt de raad de economische belangen van [appellant] en anderen bij de bouw van de woningen niet opwegen tegen de aantasting van de groenstructuur, het cultuurhistorische karakter en het verdwijnen van het vrije uitzicht op en vanaf de dijk dat de bouw van de woningen met zich zou brengen.

Beroepsgronden

2.    [appellant] en anderen voeren, samengevat weergegeven, aan dat er rondom de te bouwen huizen voldoende particulier groen behouden blijft, zodat de bouw maar tot een beperkte aantasting van het groen in het plangebied leidt. Volgens hen kan het gebied niet worden aangemerkt als onderdeel van de groene hoofdstructuur in de zin van het geldende groenbeleid, en heeft het aanwezige groen geen ecologische functie. De aantasting van het uitzicht vanuit de nabijgelegen bestaande woningen is volgens hen beperkt, doordat er is voorzien in voldoende ruimte tussen de te bouwen woningen.

Anders dan de raad heeft aangenomen blijkt uit de structuurvisie volgens [appellant] en anderen verder dat de betrokken percelen niet in een gebied met cultuurhistorische waarde liggen, maar deel uitmaken van de zone die is aangewezen als “ontwikkelings/onderzoeksgebied gemengd”. Voor zover er al sprake zou zijn van cultuurhistorische waarde heeft deze waarde volgens appellanten alleen betrekking op het kanaal zelf, en niet op het plangebied, dat op de westelijke oever ligt. Doordat in de huidige situatie er vanuit het plangebied geen zicht is op het sluiscomplex en ook niet op het kanaal, kan de bouw van de woningen volgens hen ook geen aantasting van de cultuurhistorische waarden opleveren. [appellant] en anderen zijn verder van mening dat de raad ten onrechte heeft verwezen naar een advies van de gemeentelijke monumentencommissie bij de onderbouwing van zijn besluit. Zij voeren aan dat die commissie geen formele rol heeft in deze procedure. Bovendien was het advies volgens hen niet bij hen bekend.

Wat de door de raad gemaakte belangenafweging betreft vinden [appellant] en anderen dat daarbij ten onrechte niet is meegewogen dat een door hen ingeschakelde deskundige eerder heeft vastgesteld dat de realisatie van het plan zal leiden tot een ruimtelijke verbetering. Ten slotte zijn zij van mening dat de raad, als hij al op voorhand wist dat wijziging van de groenbestemming in geen enkel geval zou worden toegestaan, dat al eerder duidelijk had moeten maken, bijvoorbeeld direct nadat het college van burgemeester en wethouders het principebesluit had genomen om aan woningbouw op deze plek mee te werken.

Oordeel van de Afdeling

3.    In het geldende bestemmingsplan “(Hoog)zandveld-Lekboulevard” hebben de gronden waarop [appellant] en anderen de woningen zouden willen bouwen de bestemming “Groenvoorzieningen”. In het bestreden besluit memoreert de raad dat bij de vaststelling van het genoemde plan zeer bewust is gekozen voor die bestemming. Hij verwijst daarbij naar paragraaf 2.6 van de plantoelichting, waarin het groen binnen het plangebied wordt aangemerkt als drager van de ruimtelijke structuur, en waarin verder staat dat de bestaande groenstructuur een onmisbare voorwaarde is voor de leefbaarheid van de stad, dat deze onder druk komt te staan door versnippering en fragmentatie en dat de gronden die nu deel uitmaken van de groenstructuur minimaal die status moeten behouden om dit negatieve effect tegen te gaan. De Afdeling is van oordeel dat de raad zich, op grond van de hiervoor weergegeven overwegingen, in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de bouw van de woningen een ongewenste aantasting van de groenstructuur ter plaatse tot gevolg zal hebben. Daarbij heeft de raad mogen betrekken dat, zoals blijkt uit afbeelding 5 uit de plantoelichting, het plangebied deel uitmaakt van de hoofdgroenstructuur, zoals deze op die afbeelding is weergegeven met behulp van indicatieve pijlen. De bouw van achttien woningen in het gebied, zoals door [appellant] en anderen beoogd, zou onvermijdelijk leiden tot een zekere vermindering van het groen dat nu nog op de betrokken gronden aanwezig is. Dat rond de te bouwen woningen nog particulier groen in de vorm van tuinen zou overblijven, maakt dat niet anders.

Wat de aantasting van het uitzicht betreft heeft de raad ter zitting toegelicht dat het hem niet zozeer gaat om het uitzicht op de sluis vanuit het plangebied – dat zich inderdaad aan de andere kant van de dijk bevindt – maar in de eerste plaats om het uitzicht vanaf de dijk op het sluiscomplex, waarbij de thans aan weerszijden van de dijk aanwezige en directe, open, groene omgeving behouden moet blijven. De Afdeling acht aannemelijk dat realisatie van de achttien woningen, die deels in het dijklichaam zijn voorzien en waarvan het hoogste punt beduidend boven de kruin van de dijk uit zal kunnen komen, dit uitzicht inderdaad in belangrijke mate zal veranderen. De raad heeft dat bij zijn afwegingen mogen betrekken.

4.    Met betrekking tot het betoog dat de bouw van de woningen niet zou leiden tot aantasting van enige betekenis van de cultuurhistorische waarden, overweegt de Afdeling het volgende. In de hiervoor bedoelde uitspraak van 15 februari 2017 heeft de Afdeling, onder 3.2, al vastgesteld dat de percelen waar het hier om gaat in de structuurvisie zijn aangeduid als “gebied met cultuurhistorische waarde”; onduidelijkheid bestond alleen over de vraag of de percelen daarnaast wel of niet zijn aangeduid als “ontwikkelings/onderzoeksgebied gemengd”. Blijkens het bestreden besluit heeft de raad in verband met die laatste onduidelijkheid uitdrukkelijk bezien of, ervan uitgaande dat de percelen inderdaad binnen dat gebied liggen, de daaruit voortvloeiende mogelijkheden voor transformatie, intensivering, verdichting, studie of onderzoek daadwerkelijk kunnen worden benut, zodat alsnog aan het plan kan worden meegewerkt. De raad is echter tot de conclusie gekomen dat ook uitgaande van dat uitgangspunt de aanvraag moet worden afgewezen. In het bestreden besluit wordt uiteengezet dat betekenis is toegekend aan het feit dat het gebied in de structuurvisie als cultuurhistorisch waardevol is aangeduid, maar ook aan het feit dat de Handelskade de westoever van de Koninginnensluis vormt, dat vanaf de kade zichtbaar is hoe het sluislichaam er vroeger uitzag, dat het plangebied de overgang tussen stads- en rivierenlandschap illustreert doordat sprake is van hoogteverschil voor en na de Koningin Emmabrug, dat nu de dijk aan weerszijden onbebouwd is, het dijklichaam daardoor een goede en herkenbare overgang en entree vormt richting de kern Vreeswijk en dat dit samenstel maakt dat het onbebouwde karakter van het plangebied uit cultuur-historisch oogpunt waardevol is. Ter zitting is namens de raad nader toegelicht dat de raad vindt dat het sluislichaam alleen in een onbebouwde omgeving goed tot zijn recht komt, dat het onbebouwde, groene karakter historisch zo gegroeid is en dat men ook om die reden het gebied in deze toestand wil behouden. Dat aan de overzijde van het kankaal wel bebouwing is opgericht, maakt dit niet anders. In dit verband heeft de raad ook verwezen naar het rapport “Jonge stad, oude kwaliteiten” van archeologisch adviesbureau RAAP en de daarbij behorende waarderingskaarten, waarop het plangebied en omgeving zijn aangeduid als gebied met zeer hoge cultuurhistorische waarde. Ter zitting is vastgesteld dat de kaart waar de raad in dit verband naar verwijst de juiste, definitieve versie is, en de door [appellant] en anderen overgelegde, deels afwijkende, kaart een eerdere versie.

Naar het oordeel van de Afdeling bieden de hiervoor weergegeven overwegingen op zichzelf, ook zonder de verwijzing naar het advies van de monumentencommissie, voldoende onderbouwing voor de conclusie van de raad dat het plan in onaanvaardbare mate afbreuk zou doen aan de cultuurhistorische waarden in de omgeving. Alleen al daarom kan wat over dat advies is aangevoerd geen gevolg hebben voor de rechtmatigheid van het bestreden besluit, hoewel het inderdaad in de rede had gelegen dat het advies direct na het uitbrengen ervan aan [appellant] en anderen ter hand zou zijn gesteld.

5.    Dat de door [appellant] en anderen ingeschakelde stedenbouwkundige van mening is dat het bouwplan een ruimtelijke verbetering zou betekenen, brengt op zich nog niet mee dat de raad, die in het bestreden besluit tot een andere conclusie is gekomen, alleen al om die reden geen juiste afweging van belangen heeft verricht. Dat de raad eerder kenbaar had moeten maken dat wijziging van de geldende groenbestemming niet zou worden toegestaan, kan ook niet tot een ander oordeel leiden, omdat de besluitvorming over het al of niet vaststellen van een (wijziging van het) bestemmingsplan plaatsvindt door de raad tijdens de raadsvergadering. De Afdeling ziet geen reden waarom de raad in dit specifieke geval, al gesteld dat dat überhaupt mogelijk zou zijn, al in een eerder stadium vooruit moest lopen op de uitkomst van de besluitvorming.

Conclusie

6.    Het beroep is ongegrond.

7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, griffier.

w.g. Scholten-Hinloopen    w.g. Van Hardeveld
lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2018

568.

 

 

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=96007&summary_only=&q=Vreeswijk

Huizenplan Handelskade definitief van de baan na uitspraak RvS

NIEUWEGEIN – Langs de Handelskade in Nieuwegein mogen definitief geen huizen worden gebouwd. De familie die dat op eigen grond graag wilde doen, heeft bot gevangen bij de Raad van State.

De gemeenteraad hield de bouwplannen onlangs tegen en de familie Huiden was tegen dat besluit in beroep gegaan. De Raad van State is het met de gemeente Nieuwegein eens dat de Handelskade vanwege de cultuurhistorische waarde niet geschikt is voor huizenbouw. Ook zouden woningen langs de dijk het uitzicht bederven en de hoeveelheid groen te veel verminderen.

Omwonenden hadden bezwaar gemaakt tegen de bouwplannen van de familie. Na een handtekeningenactie sprak de raad zich erover uit.

Fantastisch nieuws!  Wij gaan het vieren!

SOKH

Motie onderzoek aankoop twee percelen grond van de familie Huiden aan de Handelskade / Lekboulevard (2017-157)

Motie onderzoek aankoop  twee percelen grond van de familie Huiden aan de Handelskade / Lekboulevard (2017-157)

 De raad van de gemeente Nieuwegein in vergadering bijeen op 18 mei 2016, gehoord  hebbende de beraadslagingen

 

constaterende dat:

  • op 30 april 2015 de gemeenteraad van Nieuwegein het voorstel van het college om de inspraakprocedure en het vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voor het bestemmingsplan Handelskade/Lekboulevard om een bestemmingsplan vast te stellen heeft geweigerd
  • dat tegen dit besluit door de aanvragers bezwaar is ingediend, waarop de gemeenteraad van Nieuwegein dit op 28 januari 2016 ongegrond heeft verklaard
  • dat tegen dit besluit door de aanvragers beroep is ingesteld , waarop de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) heeft geoordeeld dat de gemeenteraad van Nieuwegein onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het bouwvoornemen in strijd is met de structuurvisie en dat het daardoor door de Afdeling is vernietigd

 

overwegende dat:

  • de bestaande bestemming “ groenvoorzieningen” ter plaatse van de twee percelen van de familie Huiden aan de Handelskade / Lekboulevard van belang is
  • dat het bouwplan afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde van het gebied
  • de belangen van de aanvragers niet opwegen tegen de nadelige effecten
  • de gemeenteraad tijdens raadsvergaderingen breed heeft uitgesproken tegen woningbouw te zijn op de betreffende percelen in genoemd gebied
  • de aanvragers via hun vertegenwoordiger op de vraag van raadslid de heer De Mol in de openbare raadscommissievergadering van ROM hebben aangegeven niet afwijzend te staan tegen verkoop van de genoemde percelen aan de gemeente Nieuwegein

 

Verzoekt het college:

  1. om een onderzoek op te starten naar de mogelijkheden om twee percelen grond  aan de Handelskade / Lekboulevard, welke in eigendom zijn van de familie Huiden, aan te kopen, om ook privaatrechtelijk te verzekeren dat de gronden hun groene functie behouden.
  2. de kosten van dit onderzoek mee te nemen in de Voorjaarsnota 2017 en daarin dekking aan te wijzen.

en gaat over tot de orde van de dag.

De fractie van de Verenigde Seniorenpartij,

 

Amendement Woningbouwprogramma 2030 VSP

 

Verenigde Senioren Partij        

Amendement  Woningbouwprogramma 2030 (2017-147)

 De raad van Nieuwegein, in vergadering bijeen op 18 mei 2017

Toelichting:

In het woningbouwprogramma 2030 is de aanpassing ‘’ 1 b. De locatie Handelskade/Lekboulevard is niet meer opgenomen als een ‘onderzoekslocatie woningbouw tot 2030’ maar als ‘locatie waar juridische procedure loopt ‘’.

Constaterende dat:

  • de percelen gelegen zijn aan de Handelskade/ Lekboulevard
  • deze van cultuurhistorisch waarde zijn
  • de percelen de bestemmingen met de functie van ‘’ Groenvoorzieningen en Water ‘’.
  • de groenstructuur in het plangebied fungeert als ‘’ groene buffer’’ en ‘’ groene ader’’ en drager van de ruimtelijke structuur

Overwegende dat:

  • de raad in andere gevallen besloten heeft woningbouw vanwege grote cultuurhistorische waarde niet toe te laten
  • uit de inspraaknota en het onderzoek blijkt dat de groenvoorzieningen in de directe woonomgeving zeer gewaardeerd wordt door de inwoners van Nieuwegein
  • de Nota Belvedère (juli 1999) van het Rijk te kennen geeft dat de cultuurhistorische identiteit van gebieden sterker richtinggevend moet worden

Besluit 1 b. als volgt te wijzigen

  1. 1 b. De locatie Handelskade/Lekboulevard is niet meer opgenomen als een ‘onderzoekslocatie woningbouw’’ maar als ‘locatie waar juridische procedure loopt ‘’.

 

 

 

 

Reactie op ROM vergadering van 11/05’/17

Commissie ROM gemeenteraad Nieuwegein

Geachte voorzitter en leden van de commissie,

Allereerst willen wij ons uitspreken over de vorm en de manier waarop wij de ROM vergadering van 11 mei jl. hebben ervaren.
De voorbereidingen die wij altijd met zorg doen mbt. het inspreken werden ontkracht door de nieuwe gespreksregels.  In tegenstelling tot de ruimte die de voorzitter gaf aan commissie en raadsleden, werd ons helaas nagenoeg geen ruimte gegeven om te wennen aan deze overgangssituatie. Er volgde voor ons een voorstelronde en later in het gesprek was niet echt mogelijk om iets te verduidelijken of toe te lichten omdat de voorzitter aangaf dat er een vraag gesteld moet worden.

Hierdoor werden onze inspraak voorbereidingen die eerder in de standaard vijf min spreektijd kenbaar gemaakt konden worden teniet gedaan. Wij hebben het evaluatie formulier ingevuld.

Het is wel jammer dat nu juist met deze, voor ons en Nieuwegein, zo’n belangrijke vergadering het gesprek niet uit de verf is gekomen en veel onvrede teweeg brengt door ons niet gehoord te voelen.

Graag willen we in deze mail ook inhoudelijk reageren betreft het advies van de Raad van State voor een betere motivering.

Waar wij ons zorgen over maken is met wat gebeurt er met de opmerkingen die gemaakt zijn door de commissie en raadsleden en de insprekers tijdens de ROM vergadering.

Dit betreft dan m.n. de passage in het raadsvoorstel blz.2 punt 3:

“De percelen zijn mogelijk aangeduid als ontwikkeling/onderzoeksgebied voor de bebouwde ruimtes.”

In de structuurvisie Nieuwegein Verbindt 2030 geeft het kaartje op blz. 87 de ambitie weer die een bepaalde mate van abstractie heeft.

Vervolgens op kaart 89 worden de kenmerkende onderdelen weergegeven waarbij de genoemde keuzes duidelijk worden.

De structuurvisie 2030 is een systematisch opgezet document waar het volgende pagina voortvloeit uit de voorgaande pagina’s. Maar op die volgende pagina kunnen wel keuzes gemaakt worden die een eigenstandig karakter hebben.

Voor ons, SOKH, staat onomwonden vast dat kaartje 89 duidelijk aangeeft dat er geen ontwikkeling/onderzoeksgebied publieke ruimte in de betreffende percelen aangegeven staat.

Ook hebben wij in onze schriftelijke inspraak aangegeven dat het draagvlak tegen de plannen breder is dan alleen de omwonende. De inwoners van Nieuwegein worden tekort gedaan als deze niet genoemd worden.

Wij willen dat deze uitleg en aanvulling meegenomen wordt in de motivering naar de Raad van State.

Wij zijn verheugd dat de aanwezige raadsleden vasthouden aan de eerdere afwijzing en zich nu unaniem uitspreken over de afwijzing van de aanvraag bestemmingsplan wijziging m.b.t. de twee betreffende percelen Handelskade-Lekboulevard.

Ook zijn wij blij met de uitspraak van de door het college aangestelde jurist dat hij op de vraag die gesteld werd vanuit Gemeenteraad, of hier nu een stuk ligt dat juridisch onderbouwd en voldoende gemotiveerd is met een volmondig: ”Ja” heeft beantwoord.

Wij vertrouwen erop dat u onze zorg serieus neemt en verwerkt in het concept Raadsvoorstel en in de concept brief naar de fam. Zwambag-Huiden.

Daarmee gaan wij ervan uit deze afwijzing nu voldoende is onderbouwd en gemotiveerd om het dijklichaam langs de Handelskade  en Lekboulevard te behouden als groenstrook.

Met vriendelijke groet,

Namens SOKH

Tijdspad en besluiten ROM

Donderdag 11 mei  heeft er een ROM vergadering  plaats gevonden waar SOKH  zou inspreken.

Er waren veel  bewoners aanwezig die wilde laten zien dat zij nog steeds zeer betrokken zijn en tegen de bouw van huizen op de Handelskade –Lekboulevard. De bedoeling was om het gewijzigd concept raadsvoorstel  en de daarbij behorende  aan de brief Fam. Zwamberg –Huiden met daarin de aangepaste motivering naar de Raad van State te bespreken.

De vorm van inspreken tijdens de ROM (Ruimtelijke Ordening en Milieu)vergadering is sinds kort veranderd. De inspreker krijgt geen vijf minuten inspreektijd meer maar mag alleen vragen stellen aan de gemeenteraad en college.

Wij zijn zeer ontevreden over deze vernieuwde vorm van vergaderen. De inspreker(s) konden hun verhaal niet kwijt en kregen geen gelegenheid e.e.a. toe te lichten. Wij, Sokh, hebben onze inspraak op schrift ingeleverd bij de griffier.

Wij, Sokh, hebben een schriftelijke reactie met vragen gestuurd naar college B&W en gemeenteraadsleden.

Tot nu toe hebben we geen reactie terug gekregen.

Deze avond is afgerond met een besluit van vrijwel alle fracties het raadsvoorstel als een hamerstuk te beschouwen.  VSP en CU deze partijen diende respectievelijk  een amendement en motie in.

Donderdag  18 mei zou tijdens de ROM vergadering  een besluit genomen worden door de raadsleden rondom de stukken Handelskade/Lekboulevard.

Het agendapunt stond aan het eind van de avond gepland. De betreffende amendementen werden niet meer in stemming gebracht. Omdat het te laat werd, werden deze punten verschoven naar maandag 22 mei.

Maandag 22 mei was het vervolg van de afgebroken raadsvergadering. Er waren 30 raadsleden aanwezig. Het amendement (A60) van de VSP werd verworpen met 12 stemmen voor en 18 stemmen tegen. Wel wordt deze met commentaren als toelichting naar de Raad van State meegestuurd. Het argument om de motie, voorstel voor aankoop grond door de gemeente, te verwerpen (6 tegen 24)was dat men het tijdstip van de motie te vroeg vond. Eerst de procedure van de Raad van State afwachten.

Het amendement  van de CU (A63) werd eveneens verworpen.

Het raadsvoorstel om de motivering van handhaving van het groen naar de Raad van State stemden 29 raadsleden voor en 1 (Nieuwegein) tegen.

Nu is het afwachten voor de uitspraak van Raad van State.

 

Donderdag 11 mei a.s. is er om 20.00 uur een ROM vergadering in het Stadshuis van Nieuwegein.

Beste bewoners,

Donderdag 11 mei a.s. is er om 20.00 uur een ROM vergadering in het Stadshuis van Nieuwegein.

Sokh zal daar inspreken en reageren op het concept dat B & W aan de Raad heeft voorgelegd.

Het concept van deze inspraak is hieronder te lezen.

Als u ook wilt inspreken kunt u dat tot een half uur voor aanvang melden bij de Griffie.

Donderdag 18 mei a.s. om 20.00 uur zal door de Gemeenteraad het definitieve besluit worden genomen ten behoeve van de Raad van State.

Wij waren erg blij met de hoge opkomst en belangstelling van

6 april jl. er waren ruim 50 bewoners aanwezig!

Dit geeft een duidelijk signaal af en heeft absoluut invloed gehad op de argumentatie van de motivatie van het bezwaar.

Daarom willen wij u oproepen zowel  11 mei als  18 mei aanwezig te zijn tijdens de ROM vergaderingen in het Stadshuis, aanvang 20.00 uur, en hierbij te laten zien dat we betrokken zijn en dat we groen, groen willen laten!

 

Namens Sokh

 

Inspraakreactie nieuw besluit op bezwaar Handelskade/Lekboulevard; raadsvoorstel 2017-157

Nieuwegein, 7 mei 2017

Aan de Commissie ROM van de gemeenteraad van Nieuwegein

Onderwerp: inspraakreactie nieuw besluit op bezwaar Handelskade/Lekboulevard; raadsvoorstel 2017-157

Geachte voorzitter en leden van de commissie,

Het comité Stop Ontwikkeling Koninginnensluis/Handelskade (SOKH) is verheugd in het raadsvoorstel te lezen, dat u uw raadsbesluit van 30 april 2015 handhaaft en dit besluit, ingevolge de uitspraak van de Raad van State, van een aanvullende motivering voorziet. Het handhaven van de huidige bestemming “groenvoorzieningen” en de huidige “cultuurhistorische” waarde van het gebied is van uitermate groot belang voor Nieuwegein.

Toch wil SOKH over een paar zaken inspreken.

  1. Draagvlak voor uw besluit bij een breder deel van de Nieuwegeinse bevolking dan alleen de direct omwonenden;
  2. Het advies van de gemeentelijke Monumentencommissie;
  3. De uitleg over structuurvisie 2030 Nieuwegein Verbindt.

Ad 1.

1.1. In het raadsvoorstel is duidelijk aangegeven dat het ontbreken van draagvlak voor het bouwplan ontbreekt bij zowel een breder deel van de Nieuwegeinse bevolking en de direct omwonenden. Dit staat ook zo vermeld in de inleiding van het raadsbesluit als bij punt i.3. van de argumenten.
Toch staat weer in punt 1.1. van de argumenten alleen de weerstand van de direct omwonenden vermeld. Wij vragen u om dit in raadsvoorstel aan te passen.

1.2. In het raadsvoorstel op pagina 4 dat gezien de betrokkenheid van de omwonenden deze via een buurtbericht zullen worden geïnformeerd.

Vraag: Op welke straal wordt er geïnformeerd via buurtbericht?

1.3. In het concept aan fam. Zwambag-Huiden staat op pagina 7 bij het punt “bestaand open groen belangrijk voor de omgeving” genoemd dat bij meerdere inspraakmogelijkheden is gebleken dat er grote weerstand bij direct omwonenden bestaat. Ook daar is het draagvlak bij een breder deel van de Nieuwegeinse bevolking (wat blijkt uit hoge opkomst bij bijeenkomsten uit de petitie enz.) wederom niet genoemd. Wij vragen u het ook in dit document aan te passen.

1.4. In de alinea boven de hiervoor vermelde staat dat het bouwplan het fraai uitzicht op de Handelskade voor een deel wegneemt. Wij vragen u het woord “deel” te vervangen door “merendeels”.

Ad 2.

In de brief aan de fam. Zwambag- Huiden wordt onderaan pagina 8 een vergadering van 3 september 2013 genoemd van de gemeentelijke Monumentencommissie. Als regel worden dit soort documenten/verslagen over het, in dit geval, voorontwerpbestemmingsplan Handelskade en Lekboulevard bij de voorstellen gevoegd ter onderbouwing. Het genoemde verslag kunnen wij ons niet herinneren. Kunt u of de wethouder ons ter zake duidelijkheid bieden?

Ad. 3

De Raad van State sluit niet uit dat de in het geding zijnde percelen mogelijk zijn aangeduid als “ontwikkeling/onderzoeksgebied gemengd”. In uw vergadering van donderdag 11 mei 2017 zullen wij proberen met afbeeldingen uit de structuurvisie, die te weerleggen.

Met vriendelijke groeten,

Namens Sokh.

www.sokh.nl

sokh@ziggo.nl

Prachtige Drone opname van het gebied.

Een van onze mede SOKH-ers heeft een mooie film gemaakt van dit groene gebied. Er is nog geen flora- en/of fauna onderzoek geweest, maar bewoners hebben ijsvogels gezien, bunzing, vele nesten van bijzondere vogels, egels etc. Helaas de goudhamster nog niet!

Klik hier als u de film wil zien.